Peilhuisje

Rudie van Meurs, voorzitter van de stichting tot behoud van het peilschaalhuisje, las begin februari in het kantoor van het waterschap Rivierenland in Tiel, een column voor over het Hoge Water in de grote rivieren in februari 1995. De bijeenkomst was georganiseerd door het dagblad De Gelderlander .

Twintig jaar geleden

Het is de laatste maandag van januari 1995. Het heeft zes dagen vrijwel onafgebroken geregend met honderd en vijftig millimeter neerslag in het stroomgebied van de Rijn. Door de plotselinge temperatuurstijging is in het Zwarte Woud en de Vogezen de sneeuwgrens tot boven de 2000 meter gestegen. Door de Main spoelt een golf van smelt- en regenwater die bij Frankfurt een top bereikt van 1900m3 per seconde. Dat is nooit eerder gebeurd.

Boven het rivierengebied wisselen koude- en warmtefronten elkaar af. Depressies trekken voorbij en keren terug. Soms klieven bliksemschichten nabij Loevestein de zwarte lucht en slaan windstoten kraters in de Waal.

Maar vandaag is het roerloos stil, droog, aangenaam koud. Het water vliedt zacht murmelend voorbij alsof het zich verontschuldigt voor al het gemaakte misbaar. Nergens is de werkelijkheid zo echt en rustgevend als hier, op de glooiing van de dijk aan de Waal tegenover Brakel. In de kruin van enkele essen die diep in het water staan, zitten en hangen kleine kolonies muskusratten die verdreven zijn uit hun holen in de slootkanten. Tegen de dijk klimt het water geruisloos omhoog, er kan nog heel veel bij. Vanuit Keulen is lichte val gemeld. Over drie dagen zal die omslag van invloed zijn op de waterstand hier, want alles stroomt, alles is in beweging. Met een haast Bijbelse wetmatigheid staat het water zo eens in de zeven jaar hoog op de uiterwaard met soms een dissonant zoals kerst 1993 toen de vloed hoger rees. Misschien dat het water nu die stand gaat evenaren. Maar er valt niets te vrezen, dijken zijn gebouwd om hoog water te keren.

Hoe volstrekt anders zijn de opgewonden, surrealistische beelden op het televisiescherm beneden in het dijkhuis. Niets is zo film- en fotogeniek als hoog water in een laag land. Verslaggevers, fotografen en cameramensen hebben al dagenlang vanuit bijzondere perspectieven en standpunten slag geleverd om dramatische momenten. Een huilende vrouw op een nat geworden tapijt, een woedende middenstander in zijn onbereikbaar restaurant aan de Maas. De ultieme mis uit een met zandzakken bedreigde roomse kerk.

Klein leed dat begint aan de Maas, een regenrivier. Als het in Noord Frankrijk hard regent is het twaalf uur later hoog water in Borgharen. Als het blijft regenen verbreedt het stroomgebied zich tot het winterbed, dat behoort tot de loop der dingen. Dat er steeds meer huizen langs de Maas onder water lopen heeft niets te maken met de grilligheid van de rivier maar alles met de arrogantie van bestuurders die steeds weer toestemming geven om te bouwen op plaatsen waar nooit gebouwd zou mogen worden. De grond waarop nu villaatjes en volkswijken staan is gekaapte bedding van de rivier.

Multatuli schreef ooit dat de ellende van het steeds weer terugkerende hoog water juist de schuld is van de dijken. Wie water indijkt wijst het geschenk af van het bezinksel uit de watermassa die vanuit het bovenland naar zee stroomt. Als we de Rijn ongestoord zijn gang hadden laten gaan, dan zou Nederland al lang en breed boven het gevaar van overstroming verheven zijn. Dom om de natuur zo tegen te werken, tuchtigt Multatuli de dijkenbouwers. Rijkswaterstaat heeft daar ook ervaring mee. Met de deltawerken is in de vorige eeuw veiligheid bereikt maar er is onnoemelijke schade aangericht aan natuur en landschap. De Biesbosch, ooit een prachtig getijdenlandschap, is tegenwoordig een saai gebied overdekt met brandnetels en omgevallen wilgen. Het Veerse Meer heeft een tekort aan zuurstof en stinkt. De Oosterschelde waar een kering is gebouwd tegen grote stormen, lijdt aan zandhonger. Al het moois van platen en banken zinkt langzaam weg in het water. In de Grevelingen, zo uniek door het brakke water, verandert het milieu. Een onbekende schimmel doodt het leven op de bodem. En het Haringvliet, ooit een getijdenrivier met geulen en slikken en wonderbaarlijke oogsten van garnalen en krabben, is sinds de bouw van sluizen verworden tot een gifbelt van honderd miljoen kubieke meter chemisch slib. Er zou eens een wet moeten komen tegen mishandeling van het landschap.

Al in de zestiende eeuw schreef rentmeester en dijkgraaf Andries Vierlingh dat we het water ´soetekens´dienen te begeleiden. Het is verkeerd het water als vijand te zien en het met bitumen, basalt en beton te lijf te gaan.

Het overlopen van de Maas is meestal een opmaat voor wat rondom de grote rivieren gebeuren gaat. Er wordt nu dagelijks vierentwintig verslag gedaan vanuit het rampgebied, zoals De Telegraaf dat noemt. In NRC/Handelsblad is noodgebied een terugkerend woord in. De ‘kwaliteitskrant’, zoals de redactie zichzelf noemt, uit Rotterdam meldt dat de situatie alsmaar kritieker wordt – nog erger, er is sprake van een ‘catastrofale waterstand’. Journalisten menen dwars scheuren te zien in de Waalbandijk bij Hurwenen. De dijk bij Ochten zou wankelen. De Gelderlander publiceert een kaart waaruit moet blijken dat op sommige plaatsen in de provincie, bij een doorbraak, het water tot negen meter kan stijgen. Oeps, een verkeerde kaart. Het land houdt de adem in. In Hilversum zijn alle programmamakers gemobiliseerd. Het NOS-journaal heeft een groot aantal journalisten als rampenverslaggever de provincie ingestuurd, die het privilege krijgen direct te mogen berichten vanuit het ‘rampencentrum’ in Tiel. Intussen komen uit alle delen van de wereld televisieploegen aangevlogen om te berichten over de ondergang van de delta. Ieder zijn eigen scoop. Reality televisie in optima forma, hier beleeft de wereld de geboorte van een hype die elke werkelijkheid overstijgt. Heimelijk verlangt het journaille naar een catastrofe die de watersnoodramp van 1953 zal overtreffen. Het rivierengebied is één grote speeltuin geworden vol Kuifjes. Ondertussen zoekt de ene autoriteit ruzie met de andere autoriteit. Jan Terlouw, de commissaris van de provincie, ziet tandenknarsend toe hoe Ed.d´Hont, burgemeester van Nijmegen op de televisie het voortouw neemt. ‘De burgemeester heeft zich veelvuldig gruwelijk vergist. Hij snapt niet hoe het ligt met de bevoegdheden,’ zegt de commissaris. ‘Baasje Terlouw heeft last van status en positie, hij is gefrustreerd, hij is absoluut niet op de hoogte hoe het zit,’ zegt de burgemeester. En de burgemeester van Arnhem, Paul Scholten, draait door. Hij is niet bestand tegen alle opwinding. Hij eist de evacuatie van veertig duizend mensen in Arnhem-zuid. Dijkgraaf Willem Wolters van het polderdistrict Rijn en IJssel en gedeputeerde Jan van Dijkhuizen zien dat niet zitten. Wolters zegt: ‘Scholten heeft ons niets te gebieden. Voor zo’n crisis als het hoge water word je als burgemeester niet opgeleid. Paul Scholten is niet bestand tegen de spanning.’ Van Dijkhuizen zal later de waterschappen incompetentie verwijten. Dat veroorzaakt vervolgens zoveel ophef dat hij diep door het stof moet en zijn portefeuille zal inleveren.

Terwijl het bevoegd gezag danst om de macht neemt het volk de wijk. Wie precies als eerste gaat is niet duidelijk. Ineens gaan alle monteurs en chauffeurs van Kleyn Trucks – een bedrijf achter de dijk in Vuren – op weg om tweeduizend vrachtwagens naar een hogere plaats in Heukelum aan de Linge te verhuizen. In de plaatselijke Vivo supermarkt zijn de schappen leeg als gevolg van een overrompelende hamsterwoede. In het kleine nieuwbouwwijkje op het dorp laadt de eerste familie het bankstel op het imperiaal van de auto terwijl in het aanhangwagentje de huiselijke rijkdommen worden verzameld. Nauwelijks zijn de mensen vertrokken of de buren beginnen in koortsachtige haast het gedrag over te nemen en weldra is het wijkje voor een groot deel verlaten. ‘Het is misschien in het westen, met zijn traditie van individuele vrijheid een vreemde uitspraak, maar homo sapiens laat zich door zijn medemens opmerkelijk gemakkelijk een bepaalde emotionele richting opsturen,’ schrijft Frans de Waal in zijn mooie boek ‘Een tijd voor empathie’.Wij, primaten gaan lachen als anderen lachen en gaan rennen als anderen rennen. We slaan op de vlucht als anderen op de vlucht slaan.

Als zoveel mensen in beweging komen kunnen gezagsdragers niet achterblijven. ‘Je moet toch iets doen als zoveel mensen onderweg zijn,’ zegt Herman Kok van Groot Maas en Waal. De strijd tussen de rivalen is nog altijd niet beslecht. Jan Terlouw verspeelt krediet door onhandig aan de hand van een ondeugdelijk kaart de ernst van de situatie weer te geven. De commissaris demonstreert bovendien een pijnlijk gebrek aan topografische kennis. In het coördinatiecentrum waar gemeenten en polderdistricten bijeenkomen voor beraad, zijn geen goede hoogtekaarten te vinden. Lobith ligt dertien meter boven de zeespiegel. Er zijn in de provincie zandduinen en stroomruggen zoals de Ressense stroomrug – hoge gronden met dorpen waar mensen veilig zijn. Die hoeven helemaal niet weg. Dat vertelt de commissaris niet. Hij weet evenmin dat als de dijk breekt, in Tiel hoogstens dertig centimeter water komt te staan – in het centrum van Zaltbommel idem dito.

Het duo Herman Kok, eerste man van het polderdistrict Groot Maas en Waal, en Ed d’Hondt burgemeester van Nijmegen heeft afgesproken, elkaar te zullen steunen. Kok heeft een diep wantrouwen tegen Rijkswaterstaat. d’Hondt heeft geldingsdrang en ziet zichzelf graag als de geestelijke vader van een zojuist ontwikkeld rampenbestrijdingsplan dat een gevolg is van het hoge water in 1993. Het plan schrijft voor dat bij een waterstand van 16.50 boven NAP bij Lobith evacuatie moet volgen. Rijkswaterstaat is het daarmee oneens. Provinciale Waterstaat is tegen, de polderdistricten vinden die grens te rigide. Maar het bondgenootschap tussen de twee is hecht en blijft in tact. Beiden kondigen op het moment suprême de grote uittocht af. Ruim tweehonderdduizend mensen dienen het rivierenland verlaten. ‘Het is onze competentie, als het provinciaal overleg tegen was geweest, hadden we de evacuatie gewoon doorgezet,’zegt d’Hondt.

Wat dan volgt is complete chaos. Onafzienbare rijen auto’s trekken weg uit dorpen en steden. Uit allerlei krochten en stegen komen andere voertuigen die zich mengen tot een onontwarbare knoop. Veel mensen met kinderen en huisdieren brengen een avond en een groot deel van de nacht door in de auto. Overal in de bermen hurken mensen, de wereld is één groot toilet. Te midden van de vluchtende massa rijdt een colonne veewagens met vele honderdduizenden dieren, op weg naar hogere gronden. Soms vallen auto’s stil door brandstofgebrek want benzinestations zijn verlaten omdat het personeel zich onder de vluchtende mensen heeft gevoegd. Dijkbewoner T.J.Keulen uit Echteld bevindt zich in de opgedreven massa. Hij herinnert zich de tocht naar Emmen waar nog ruimte is. Urenlang stapvoets op de rijksweg, rechts op de vluchtstrook een lange rij tractoren met aanhangwagens, links een colonne auto’s. Ingesloten, opgesloten, hij kan geen kant op en zegt tegen zijn vrouw, als er nu iets gebeurt zitten we als ratten in een val.

Het vaste en ervaren ziekenhuispersoneel is naar huis gesneld om met het gezin te vluchten. Uit ziekenhuizen zoals dat van Tiel, worden door stagiaires lukraak patiënten opgetild zonder acht te slaan op de medische status. ‘De vluchtmassa wordt door een bedreiging in het leven geroepen. Men vlucht gezamenlijk daar het zo beter vluchten is. De impuls is dezelfde, de energie van de een verhoogt die van de ander, de mensen duwen elkaar in dezelfde richting voort,’schrijft Elias Canetti in Massa en Macht.

Het is hoog water. Er is geen overstroming, geen bijna-ramp. Het is niet eens extreem hoog water zoals in 1926 als de hoogste stand van de eeuw gemeten wordt en de dijken lang niet de kracht hebben die ze later krijgen. De dijk in Ochten houdt het, precies zoals in 1920 en in 1926 en in 1993 – zelfs als groot onderhoud achterwege blijft. In Herwijnen waar ik op de glooiing van de dijk zit en het water voorbij vliedt, is de waterstand enige centimeters lager dan in 1993. Herman Kok van Groot Maas en Waal zal later zeggen dat zonder het Nijmeegse rampenbestrijdingsplan nooit tot evacuatie zou zijn overgegaan. ‘Er was sprake van zoiets als een psychose, vertelt hij later: ‘Ik wist vanuit mijn achtergrond dat zelfs als de dijken zouden doorbreken, er in Druten op z’n hoogst dertig centimeter water in de straten zou komen. Als je dat op zo’n moment tracht te verklaren werkt dat niet. Dat kan je de mensen rationeel niet duidelijk maken. De en jaagt de ander op, zo gaat dat’.

Er bestaat de wet van Jorissen, genoemd naar Richard Jorissen de onbetwiste dijkenspecialist van Rijkswaterstaat, die zegt dat ‘een dijk die in het verleden hoog water heeft gekeerd daarmee zijn kracht heeft getoond en het water een volgende keer weer zal tegenhouden’.

Dijkbewoners kennen die wijsheid uit eigen ervaring – de veiligste plek om te schuilen is de dijk zelf. Velen onder hen gaan niet weg en verbergen zich voor de mobiele eenheid die de opdracht heeft het land schoon te vegen van achterblijvers.

Dan keert de rust weer. Het water valt, evacués keren terug, journalisten gaan op weg naar een volgende scoop en het hoge water van 1995 zal de annalen ingaan als een rimpeling in de geschiedenis.

De afgelopen dagen bedenk ik, als nu eens twintig jaar geleden een emotioneel wankelmoedige man, uitgerust met een neppistool de studio’s in het Mediapark was binnengegaan en het beeld daarop een dag lang op zwart was blijven staan. Er zou dan nooit een evacuatie zijn geweest.

Rudie van Meurs
6 februari 2015
Tiel

< > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > <> < > <

Op zaterdag 30 augustus 2014 opende Rudie van Meurs,

voorzitter van de stichting tot behoud van het peilschaalhuisje, de jubileumbijeenkomst voor het 140-jarig bestaat van het peilschaalhuisje en het 25-jarig bestaan van de stichting.

< > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > <> < > <

Goedemorgen,

Ik heet u allen van harte welkom. En in het bijzonder,  iedereen.

Dit is een mooie dag, het peilschaalhuisje bestaat 140 jaar en onze stichting tot behoud van het peilschaalhuisje bestaat 25 jaar.  Dat vieren we vandaag met u en in de loop van de dag met nog veel meer mensen uit Herwijnen die hier zullen passeren.

iPhotoDit is ook een mooie dag als u beseft dat onze stichting feitelijk ontstaan is uit verzet tegen de almacht van Rijkswaterstaat en tegen de dictaten die het polderdistrict zijn ingelanden wilde opleggen. En zie, al die partijen zijn nu hier aanwezig om zich te verheugen in onze jubilea. Het is dan ook een  beetje een feest van verzoening.

Ik kan me indenken dat er bezoekers zijn die het peilschaalhuisje voor het eerst zien en enigszins teleurgesteld zullen zeggen: is dit alles. Ja !, dit is alles.

Dit is de geschiedenis van het rivierenland. Dit is het culturele erfgoed van de dijk, het dijkdorp en de dijkbewoners. Dit is een herinnering aan generaties die sloofden en beulden om te overleven. Dit peilschaalhuisje was hun baken van vertrouwen.

Een klein mooi markant monument, met binnen een vernuftig instrument dat ooit het geheugen vormde voor het dijkleger dat op spannende momenten –  als het water hoog tegen de kering reed – aantrad om mensen en land te behoeden voor rampen. Eens onderdeel van een ring van peilmeetstations als het allereerste begin van de hoogwaterberichtgeving – een nationaal waarschuwingssysteem uit nood geboren toen dit land in de negentiende eeuw opmerkelijk vaak getroffen werd door overstromingen – meestal veroorzaakt door ijsdammen die het water opstuwen waardoor dijken breken.

We dienen ons overigens te hoeden voor chauvinisme over dit vroege alert-system. We waren helemaal niet zo voorlijk. Al tweeduizend jaar eerder, toen Plato de Nijl als een vernietigende en verlossende rivier beschreef, werd het zogenaamde Nijlmeter-peilglas geplaatst in Caïro en op Elephantine, een eiland in de Nijl. De Nijlmeter registreerde niet alleen de hoogte van het water maar gaf ook aan de invloed van het water op de menselijke voor- en tegenspoed. Twaalf ellen water bijvoorbeeld stond voor hongersnood, dertien voor honger, veertien voor opgewektheid, vijftien voor zekerheid en zestien ellen water betekende verrukking.

In de loop van de achterliggende jaren heeft onze stichting zich ingespannen om de peilschaal in Herwijnen tot in lengte van dagen te bewaren – althans gedurende onze aanwezigheid hier. Er is grondig gerenoveerd, muren, de fundering, het dak, de omgeving – alles is grondig onder handen genomen. Een nieuw hardhouten hek is geplaatst. Het nieuwe zinken dak is een exacte kopie van 140 jaar geleden. Er is, om de verbinding tussen het peilschaalhuisje en de rivier blijvend te herstellen, een  lange roestvrij stalen buis aangelegd waardoor het meetsysteem binnen in gebouwtje als vanouds kan functioneren. U zult dat straks allemaal kunnen zien.

Ook dat gebleven is de geur van vroeger, de soberheid en de eenvoud van het oorspronkelijk meetsysteem en de peilschrijver binnen in het rijksmonument. Elke keer weer fascinerend om te zien. Onze stichting heeft met veel inspanning, geld, goed en genoegen de restauratie voltooid. Er is nu in Nederland nog één peilschaalhuisje, geheel in tact en klaar om desnoods morgen de computer te vervangen. En dat staat aan ’t  Rot in Herwijnen.

We hebben jarenlang geïnvesteerd in overleg met Rijkswaterstaat, we hebben onderhandeld met het Rijksvastgoedbedrijf – de vroegere Dienst der Domeinen – en we profiteerden van de voorspraak van dijkgraaf Jacob de Jongh, die eerder burgemeester van Lingewaal was. We waren zo gelukkig Servaas Damen te ontmoeten bij Rijkswaterstaat die ons binnenleidde in de wondere wereld van baggeraars en zandwinners. We kregen tenslotte zelf een vergunning om het haventje op diepte te houden en slaagden erin het gewonnen zand via de lokale zandhandelaar Wim Hokken op de markt te verkopen.  Na aftrek van de rekeningen die het Rijksvastgoedbedrijf bij de stichting indient –  het zand is eigendom van de staat –  houden we een bescheiden winst over die is ingezet om de renovatie te betalen en die zal dienen om toekomstig onderhoud te kunnen uitvoeren. En er blijft dan ook nog geld over voor een feest dat we de inwoners van Herwijnen aanbieden als een hommage aan het verleden en aan die mensen die een rol speelden in de strijd tegen het water. U kunt dit allemaal lezen in het boek Nieuw Herwijns Peil, vanaf vandaag voor 15 euro te koop. Een spotprijs voor de informatie die u krijgt. Stichtingen zijn in Nederland nog maar al te vaak burchten van zwijgzaamheid, geheimzinnigheid en gerommel. De stichting tot behoud van het peilschaalhuisje belijdt in Nieuw Herwijns Peil de openbaarheid.

Een stichting valt of staat met haar bestuursleden. Wij hebben – ik laat mezelf buiten beschouwing – goede en gedreven bestuursleden. Dankzij hen kwam de renovatie van het peilhuisje tot stand. Ik stel ze aan u voor:

Willy Raaymakers is secretaris, zijn enthousiasme is schier onstuitbaar. Hij is dag en nacht bereikbaar, beschikt over grote sociale vaardigheden, schrijft in hoog tempo vergaderingen uit en  is een gepassioneerd verzamelaar van oude geschriften over water en dijkhuizen. Eén ervan bewoont hij zelf.

Koen Bijl is penningmeester. Al op zeer jonge leeftijd was hij tijdelijk gemeentesecretaris van Herwijnen  en deed dat heel goed. Hij reageert altijd enigszins secundair, omdat hij eerst wil nadenken. Dat doet hij vooral als het over geld gaat en dat waarderen wij zo. U leest met enige regelmaat hoe, diep verborgen op het platteland, penningmeesters van respectabele stichtingen ten val komen en bezwijken voor de geur van geld. Ook Herwijnen heeft zo’n  zwarte bladzij. Koen komt twee keer per jaar met een financiële verslag en verantwoordt elke cent.

Jan van Zee is onze chef technische zaken. Het is een mirakel wat hij allemaal bereikt met beperkte middelen als stukken touw, houten palen, gebruikte balken en platen multiplex om bijvoorbeeld deze jubileumbijeenkomst te kunnen bereiken. Voorts is hij altijd bezig de eenvoud van de peilschaal te verrijkenn. Hij richtte persoonlijk het nieuwe hardhouten hek rondom het peilhuisje op – door Koos van Zomeren omschreven als een palissade. Hij legde met hulp van een dragline van een vriend zelfstandig de nieuwe buis aan tussen het peilschaalhuisje en open water. Hij heeft gouden handen en is aimabel.

Jantina de Looff en Rob van Viegen vormen de jongste generatie bestuurders. Rob is onze eigen whizzkid, hij onderhoudt de site www.peilschaalhuisje.nl en ontwikkelde zich in  verrassend tempo tot vormgever van het standaardwerk Nieuw Herwijns Peil.

Jantina is sterk in het scheppen van sociale cohesie – dat wel eens omschreven wordt als het dorpse ideaal voor de grote stad. Ze heeft een uitgebreid netwerk en woont tegenover de peilschaal waar ze als het nodig is de rol speelt van veldwachter.

En vrijwel al die bestuursleden wonen aan de dijk in ’t Rot en hebben engagement met hun omgeving.

En met deze mensen vormde ik de afgelopen jaren een bestuur dat met passie, zorgvuldigheid en in verbondenheid het peilhuisje beheerde met als enige honorering een jaarlijkse maaltijd in een goed restaurant.

Met zo’n bestuur, ik geef dat graag toe, is een voorzitter eigenlijk overbodig. Hij strijkt wat plooien recht, geeft een beetje richting aan en houdt zich bezig met het oplossen van tijdelijke ongenoegens.

Het allereerste bestuur van de stichting bestond uit Jan Bijl, brandweercommandant van Herwijnen, een strenge man die het goed voorhad met het peilhuisje. Medebestuurder was Piet Vroegh, stroper, verhalenverteller en fabrieksarbeider. Zij zijn beiden niet meer onder ons.

Wim de Fockert was in het allereerste begin secretaris-penningmeester, een behoedzame, aarzelende man die altijd drie keer nadenkt voor hij iets doet. Hij is zeer getrouw en gedisciplineerd. Hij was ambtenaar, rijkswaterwaarnemer en ijswaarnemer en gedreven correspondent voor lokaal nieuws. Hij correspondeerde met het bestuur via kleine briefjes en met zorgvuldig getikte financiële verslagen over subsidies van bijvoorbeeld de Vervoornstichting, de chemische fabriek Smits die stankgolven afkocht met giften en de gemeente Lingewaal. Als De Fockert een gulden in de kas miste, lag hij ‘s nachts wakker.

Dertig jaar lang fietste hij steevast om 8.30 over de dijk om stipt  8 uur 40 het waterpeil van de peilschrijver af te lezen.

En Wim de Fockert is er nog steeds, hij is hier aanwezig. Hij is al erelid van de stichting en ik ga hem nu twee recente verworvenheden overhandigen. Dat is een brandnieuwe folder van het peilhuisje en dat is ons boek Nieuw Herwijns Peil. Ik wil hem die, met dank voor alles wat hij gedaan heeft, overhandigen.

En dan is nu het woord aan Roelof Bleeker, dijkgraaf van het waterschap Rivierenland. Sommige mensen zijn ietwat gekleurd door hun ervaringen, ik lijd daar ook onder. De dijkgraven, met wie ik kennismaakte, waren meestal grote, forse oudere mannen –  de dikste en grootste boeren op het eiland  die vanwege hun aantal hectaren grond tot het ambt van dijkgraaf geroepen werden. Meestal lid van een christelijke partij, soms ook nog kerkvoogd. Dat ligt bij Bleeker allemaal anders, hij behoort tot een nieuwe generatie bestuurders. Wij zijn benieuwd of dat ook doorklinkt in de dingen die hij nu gaat zeggen. In het interview in ons boek zegt hij dat de nieuwe plannen voor de dijkversterking al volop in ontwikkeling zijn en dat er heel wat gaat gebeuren langs de Grote Rivieren. Wij zijn gretig daarover te horen.

Ik heb hem als voorbereiding op zijn toespraak uitgedaagd om iets te zeggen over de veranderingen in het klimaat, de discussies en de onderzoeken daarover en de gevolgen die de opwarming kan hebben voor de wereld, voor Nederland en voor het rivierengebied – de wereld rondom het peilhuisje.

Hoe verlost hij ons straks uit een benarde situatie?

Dijkgraaf, aan u het woord.

Herwijnen, 30 augustus 2014

< > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > < > <> < > <

Web Peilhuisje -  22Het peilhuisje in Herwijnen is het enige bewaard gebleven peilschrijverstation in Nederland. Rondom 1900 waren er zo’n honderdvijftig. Kleine, markante gebouwtjes aan de buitenkant van de dijk van waaruit soms elk uur, soms één keer per dag de beweging van het water werd gemeten. Al die huisjes maakten deel uit van een samenhangend waterkundig peilmeetnet over geheel Nederland.

Het peilhuisje in Herwijnen werd in 1874 gebouwd en is tot 1 april 1989 in gebruik geweest.Toen nam de computer de registratie van de waterstanden over.

DE PEILSCHRIJVER

Web Peilhuisje -  26In het peilhuisje staat een peilschrijver. Een instrument, verrasssend van eenvoud. De techniek dateert uit 1926, de laatste keer dat het instrument werd aangepast.

Het is (alweer) de enige nog in tact gebleven peilschrijver van het land. Mochten ooit de computers uitvallen, dan kan de peilschrijver in Herwijnen de metingen onmiddellijk overnemen.

Web Peilhuisje -  24De peilschrijver is geplaatst op een gemetselde put die in open verbinding staat met de rivier de Waal. In de put drijft een vlotter die op en neer gaat met het water in de rivier. De vlotter is met een onverwoestbare draad via een wiel gekoppeld aan de peilschrijver. Het wiel is via een tandrad verbonden met een lineaal waarop de waterstand kan worden afgelezen. De lineaal is voorzien van een pen. De pen schrijft de bewegingen van het water op een blad papier dat op een trommel is gespannen.

Een opwindbare klok registreert de tijd en zorgt voor de aandrijving van het instrument.

Web Peilhuisje -  25

 

Rijkswaterwaarnemer

De rijkswaterwaarnemer (of peilschaalwaarnemer) was de man of vrouw die elke morgen om acht uur precies een bezoek bracht aan het peilhuisje om de waterstanden af te lezen en vast te leggen.

De bekendste was mevrouw Cornelia Eeuwijk uit Vuren. Van 1910 tot 1950 wandelde ze elke dag naar Herwijnen voor het registreren van de waterhoogten. Even later konden schippers en dijkbewoners haar bevindingen beluisteren in de vaste radiouitzending ‘hier volgen de waterhoogten van vanmorgen negen uur’. Toen mevrouw Eeuwijk ermee ophield was ze 85 jaar.

De laatste rijkswaterwaarnemer was Wim de Fockert uit Herwijnen. Dertig jaar lang bezocht hij stipt elke morgen het peilhuisje.